Brochure aanvragen
Home » Blog » Analyse: Opvallende patronen in meldingen van seniorenalarmering

Analyse: Opvallende patronen in meldingen van seniorenalarmering

Wanneer komen de meeste meldingen van onze gebruikers binnen? Uit onze analyse van meldingen van gebruikers blijkt dat de meeste meldingen in de middag binnenkomen. Tussen 12.00 en 17.00 uur werd 34,2% van alle meldingen geregistreerd. Het drukste uur was 14.00 uur. In de analyse is ook gekeken naar de verdeling van meldingen over de rest van de dag, verschillen tussen het gebruik van de SOS-knop en automatische valdetectie en het aantal meldingen per gebruiker.

 

De meeste meldingen komen in de middag binnen

De middag is met 34,2% van alle meldingen het drukste deel van de dag. Daarna volgt de ochtend: tussen 07.00 en 12.00 uur kwam 26,6% van de meldingen binnen.

De verdeling over de dag ziet er als volgt uit:

  • 00.00 tot 07.00 uur: 10,1%
  • 07.00 tot 12.00 uur: 26,6%
  • 12.00 tot 17.00 uur: 34,2%
  • 17.00 tot 22.00 uur: 23,6%
  • 22.00 tot 00.00 uur: 5,6%

Door afronding tellen de percentages niet exact op tot 100%.

Binnen deze verdeling valt vooral 14.00 uur op. Dit is het uur waarin de meeste meldingen werden geregistreerd.

 

Ochtendpiek lag vooraf meer voor de hand

Opstaan en douchen zijn klassieke momenten waarop het risico op een val groter kan zijn: uit bed komen na een nacht liggen (duizeligheid bij te snel opstaan), een natte badkamervloer, in- en uitstappen bij de douche en staand aankleden. 

In voorlichting over valpreventie krijgen juist die momenten de meeste aandacht. Daarom lag een piek in de ochtend voor de hand.

De uitkomst van de analyse betekent echter niet dat er in de ochtend weinig meldingen zijn. Tussen 07.00 en 12.00 uur vond 26,6% van alle meldingen plaats. Verdeeld over vijf uur komt dit neer op gemiddeld ongeveer 5,3% van de dagelijkse meldingen per uur. Tussen 12.00 en 17.00 uur is dat gemiddeld 6,8% per uur.

De ochtend is dus wel een druk moment, maar de grootste piek volgt later op de dag.

 

Activiteit en vermoeidheid zijn mogelijke verklaringen voor de middagpiek

Uit de analyse is niet vast te stellen waarom de meeste meldingen in de middag plaatsvinden. Er zijn wel verschillende mogelijke verklaringen.

Zo zou kunnen meespelen dat er ’s ochtends vaker iemand in de buurt is, bijvoorbeeld een partner, mantelzorger of medewerker van de thuiszorg, en dat de ochtendroutine vaak vrij vast en behoedzaam is.

In de middag zijn mensen daarnaast mogelijk vaker alleen en doorgaans actiever. Denk aan lopen door het huis, huishoudelijke werkzaamheden, tuinieren, bezoek ontvangen of even naar buiten gaan. Ook vermoeidheid in de loop van de dag kan een rol spelen.

Deze factoren kunnen mogelijk bijdragen aan de middagpiek, maar op basis van de beschikbare gegevens kan geen oorzaak worden vastgesteld.

 

SOS-meldingen komen ’s nachts relatief vaker voor

Van alle geanalyseerde meldingen komt 59,4% binnen doordat een gebruiker zelf op de SOS-knop drukt. De overige 40,6% van de meldingen wordt geregistreerd via automatische valdetectie.

Opvallend is dat beide soorten meldingen niet op dezelfde manier over de dag zijn verdeeld. Meldingen via automatische valdetectie vinden relatief vaak in de middag plaats. Van alle meldingen via valdetectie wordt 36% tussen 12.00 en 17.00 uur geregistreerd.

Bij meldingen via de SOS-knop valt juist een ander moment op: de nacht. Van alle meldingen via de SOS-knop vindt 12% plaats tussen 00.00 en 07.00 uur. Bij meldingen via automatische valdetectie is dit 7,3%.

 

Minder beweging ’s nachts is een mogelijke verklaring

Een mogelijke verklaring ligt in het verschil tussen beide manieren van alarmeren. Valdetectie reageert op valbewegingen en ’s nachts wordt er simpelweg veel minder gelopen: mensen liggen in bed. Minder loopbewegingen kunnen daardoor ook leiden tot minder detecteerbare vallen.

De SOS-knop kan daarnaast ook worden gebruikt in situaties waarin geen val plaatsvindt, maar iemand wel zelf hulp wil inroepen. Denk aan onwel worden, benauwdheid, niet meer zelfstandig uit bed of van het toilet kunnen komen of ongerustheid op een moment dat er niemand bereikbaar is.  Ook wordt langzaam uit bed glijden of door de benen zakken niet altijd als een val herkend. Een gebruiker kan in zo’n situatie wel zelf op de SOS-knop drukken.

De analyse laat het verschil tussen beide typen meldingen zien, maar geeft geen uitsluitsel over de precieze oorzaak.

 

Kleine groep zorgt voor relatief veel meldingen

Meer dan de helft van de gebruikers die in de onderzochte periode minimaal één melding maakte, deed dat slechts één keer. Het gaat om 55,6% van de gebruikers.

Tegelijkertijd is een relatief kleine groep verantwoordelijk voor een groot deel van alle meldingen. De 5% gebruikers met de meeste meldingen is namelijk samen goed voor bijna 27% van alle geregistreerde meldingen.

 

Oorzaak van vaker alarmeren is niet duidelijk

Uit de beschikbare gegevens kan niet worden afgeleid waarom sommige gebruikers vaker alarm slaan dan anderen. Er zijn vanuit het dagelijkse contact met gebruikers wel situaties bekend waarin vaker gebruik wordt gemaakt van seniorenalarmering.

Zo kan een hogere zorgbehoefte of grotere kwetsbaarheid een rol spelen. Ook mensen die alleen wonen of geen mantelzorger in de directe omgeving hebben, kunnen vaker behoefte hebben aan hulp. Daarnaast kan beginnende cognitieve achteruitgang soms leiden tot onbedoelde drukken op de SOS-knop. Voor sommige gebruikers heeft een alarmknop bovendien een geruststellende functie.

Dit zijn echter mogelijke verklaringen op basis van observaties uit de dagelijkse praktijk en op basis van de cijfers kan dan ook geen profiel worden opgesteld van gebruikers die vaker alarm slaan.

 

Over de analyse: De analyse is gebaseerd op meldingen van gebruikers van Nederlandse Senioren Alarmering over de periode 18 juni t/m 16 augustus 2026. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op het eigen klantenbestand van Nederlandse Senioren Alarmering. In totaal zijn 5.008 afzonderlijke meldingen geanalyseerd. Testaccounts zijn buiten beschouwing gelaten. Een geregistreerde melding staat niet automatisch gelijk aan een noodsituatie. De cijfers zijn niet omgerekend naar jaartotalen.